Jaarberichten | 2018 | 2017 | 2016 | 2015 | 2014 | 2013 |

VERSLAG VAN HET BESTUUR OVER DE AFGELOPEN PERIODE
(van 1 januari 2015 tot en met 31 december van dat jaar)

In de traditie van het bestuur wordt zakelijk beknopt verslag gedaan van hetgeen zich in het afgelopen jaar voordeed en door het bestuur is aangepakt.

Governance in de culturele sector

De bekendmakingen in NRC Handelsblad, Het Parool en de Volkskrant waarin (i) ter voorkoming van belangenconflicten en het vermijden van de schijn daarvan een oproep tot verandering werd gedaan van die toestanden in Amsterdam, (ii) vuistregels voor dagelijks gebruik waren opgenomen waarvan het sluitstuk luidde: “Het museum dient een glazen huis te zijn.”, (iii) en (iv) duidelijk werd gemaakt welke consequenties die vuistregels voor een raad van toezicht en een directie hebben, inspireerden het Stedelijk Museum haar advocaat een brief te laten schrijven om een einde te maken aan publicaties die volgens het Stedelijk Museum tegen haar gericht waren maar volgens het bestuur kennelijk een vinger op een wonde plek legden, niet alleen bij het Stedelijk Museum maar bij musea in meer algemene zin in dit land.
Het bestuur heeft de betreffende advocaat in de hem bekende stijl geschreven dat het stellen van vragen naar aanleiding van uitingen van de raad van toezicht en van de directeur van het Stedelijk Museum, anders dan het Stedelijk Museum veronderstelt, geen hetze is en dat wie in ee glazen huis wil wonen, beter niet als eerste een steen werpt. Het antwoord van het bestuur heeft geleid tot een verpletterende stilte.

De bekendmakingen hebben er verder toe geleid dat een van de leden van het bestuur is uitgenodigd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor overleg over ervaringen in de praktijk met ethische regels voor de culturele sector in nationaal en in internationaal verband.
De bekendmakingen hebben er ook toe geleid dat de fractie van D’66 die in 2014 al vragen aan het college hierover had gesteld, in 2015 reden heeft gevonden nadere vragen te stellen. Het bestuur heeft, nooit te beroerd om helderheid te creëren, die fractie de helpende hand toegestoken bij het aanscherpen van de vraagstelling. Het resultaat daarvan is terug te vinden op de website van de gemeente Amsterdam.

Het bestuur kan zich ten slotte niet aan de indruk onttrekken dat de bekendmakingen geleid hebben tot een bewustwording van in ieder geval een deel van de landelijke pers voor een onderwerp dat eigenlijk veel meer aandacht verdient. Die bewustwording heeft onder meer geleid tot een publicatie in de Volkskrant onder de kop “Toezicht teveel uit eigen kring”.

N402

Nadat het bestuur in de jaren 2011 en 2012 in zijn niet aflatende strijd voor respect voor monumenten van geschiedenis en kunst in de Vechtstreek, op dat moment zijn meerdere had moeten erkennen in een college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht dat weigerde een verkeersbesluit te nemen om op het gedeelte van de N402 tussen hectometerpaaltje 11,6 en hectometerpaaltje 12,7 de maximum snelheid te verlagen van 80 km/uur naar 60 km/uur zodat over het gehele stuk van die weg tussen de bebouwde kom van Breukelen en Loenen de maximum snelheid 60 km/uur zou bedragen, heeft het bestuur met vreugde kunnen vaststellen dat de eertijds aangedragen argumenten in 2015 tot het besef hebben geleid dat het bestuur dit nog niet zo verkeerd had gezien: het college van gedeputeerde staten heeft in april 2015 bekend gemaakt de snelheid op de N402 ook op het door het bestuur aangewezen gedeelte, te verlagen tot 60 km/uur.

Watergevecht

Het Koninkrijk der Nederlanden en Rijkswaterstaat hebben eendrachtig de Vecht laten schoonmaken voor een bedrag van zo’n 100 miljoen euro. Het leidt geen twijfel dat door deze samenwerking de kwaliteit van het Vechtwater zo is opgeknapt dat dit water weer voldoet aan wat ervan mag worden verwacht.
In zijn discussie met Stichting Het Utrechts Landschap over de watervoorziening voor de overplaats van de buitenplaats Over Holland, waarin het bestuur had weten te bewerkstelligen dat de door die stichting geëntameerde aanleg van een inlaat vanuit het Amsterdam Rijnkanaal werd stilgelegd omdat die stichting o.a. niet beschikte over een vergunning in de zin van de Monumentenwet 1988 en een kapvergunning als bedoeld in de plaatselijke verordening, heeft de opknapbeurt van de Vecht ertoe geleid dat Waternet die voor Stichting Het Utrechts Landschap belast was met de aanleg van de inlaat, erkend heeft dat de kwaliteit van het Vechtwater geen reden meer was een inlaat vanuit het Amsterdam Rijnkanaal te bouwen en te gebruiken. Waternet heeft dan ook de aanvragen voor de ontbrekende vergunningen ingetrokken. Daarmee heeft het bestuur bewerkstelligd dat in de overplaats van de buitenplaats die eigendom is van Stichting Het Utrechts Landschap het cultuurhistorisch waterverloop kan worden gevolgd.

Het Utrechts Landschap revisited

In 2013 heeft het bestuur Stichting Het Utrechts Landschap laten weten het regulier onderhoud van de overplaats, dat toen in opdracht en voor rekening van de stichting gedurende al vier (4) jaar werd uitgevoerd, in het belang van de bezoekers van de overplaats en in het algemeen belang dat gemoeid is met het herstel en de instandhouding van de monumentale waarde van dit cultureel erfgoed, te zullen voortzetten. Dat is niet alleen in 2014 gebeurd maar ook in 2015.
Ter uitvoering van het voornemen in 2015 Stichting Het Utrechts Landschap uit te nodigen voor een presentatie van het in opdracht van het bestuur door SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen BV opgestelde herstel- en maatregelenplan, heeft het bestuur op 28 januari 2015 die invitatie verstuurd. Om redenen die het bestuur niet duidelijk zijn, heeft Stichting Het Utrechts Landschap de uitnodiging wel aanvaard maar tot begin oktober de tijd genomen om daadwerkelijk een ontmoeting te plannen. Niettemin heeft de presentatie van het plan door SB4 in aanwezigheid van het bestuur op 5 oktober 2015 plaatsgevonden.
Aan het slot van die presentatie is het bestuur gevraagd zwart op wit duidelijk te willen maken hoe het bestuur aan het herstel- en maatregelenplan uitvoering zou willen geven anders dan door dat gewoon te doen.

Het bestuur, ook niet te beroerd om een genereus voorstel te doen, heeft daarop Stichting Het Utrechts Landschap voorgesteld het recht van erfpacht dat aan de heer J.C. Braun is verleend met betrekking tot de voorplaats van de buitenplaats Over Holland te veranderen in een recht van erfpacht ten behoeve van de stichting en dat aan de stichting tevens een recht van erfpacht wordt verleend voor de overplaats. Stichting Over Holland is bereid als eigen verplichting te aanvaarden de plannen van SB4 voor haar rekening uit te voeren en nadat die plannen verwerkelijkt zijn, zorg te dragen voor instandhouding van de alsdan bereikte situatie. Daarvoor is derhalve nodig dat in het kader van het recht van erfpacht ook de beheersrechten aan Stichting Over Holland worden overgedragen. Het spreekt voor zich dat de gronden van de overplaats voor het publiek toegankelijk zullen blijven. Het recht van erfpacht zou een zelfde duur moeten kennen als het thans gevestigde recht en de canon zou het bestuur vastgesteld willen zien op € 1,- per jaar.
Met dit voorstel wordt bereikt dat de cultuurhistorische eenheid tussen de voorplaats en de overplaats opnieuw gestalte krijgt en de buitenplaats Over Holland haar plek binnen de geschiedenis van de “Mennistenhemel” – het aaneengesloten gebied van de buitenplaatsen Over Holland, Sterreschans en Rupelmonde – weer prominent inneemt.
In deze opzet blijft Stichting Het Utrechts Landschap eigenares van de gronden en heeft zij voor het overige geen zorgen en kosten meer voor instandhouding en onderhoud van de buitenplaats.

Museum Overholland

In het verslagjaar is in opdracht van het bestuur voortgegaan met het bijeenbrengen en digitaliseren van al het materiaal dat betrekking heeft op de geschiedenis van Museum Overholland in Amsterdam, en “extra muros”.

Jaarcijfers 2015 >