Jaarberichten | 2017 | 2016 | 2015 | 2014 | 2013 |

VERSLAG VAN HET BESTUUR OVER DE AFGELOPEN PERIODE
(van 1 januari 2016 tot en met 31 december van dat jaar)

Opnieuw wordt in de traditie van het bestuur beknopt verslag gedaan van hetgeen zich in het afgelopen jaar heeft voorgedaan en wat door het bestuur is aangepakt.

Het Utrechts Landschap revisited

Zoals in het jaarverslag over 2015 is weergegeven, heeft het bestuur met zijn brief van 16 november 2015 Stichting Het Utrechts Landschap een voorstel gedaan om het door SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen opgestelde herstel- en maatregelenplan voor het Engelse landschapspark van de buitenplaats Over Holland, werkelijkheid te doen laten worden. Dit voorstel werd gedaan op grond van het algemeen belang dat gediend is met het herstel en de instandhouding van de monumentale waarde van dit culturele erfgoed.

Middels zijn voorstel bood het bestuur aan circa 3,4 miljoen euro in de buitenplaats te investeren en tevens de jaarlijkse onderhoudskosten van naar verwachting circa 120.000 euro op zich te nemen. De Overplaats zou voor het publiek opengesteld blijven, de Stichting Het Utrechts Landschap zou eigenares van de gronden zijn en deze stichting zou geen financiële verplichtingen meer hebben ten aanzien van het herstel en het onderhoud van de Overplaats en zou in ruil daarvoor slechts afstand dienen te doen van de door de heer Braun voor het erfpachtrecht op de Voorplaats te betalen jaarlijkse canon, thans groot 5.500 euro, nu de heer Braun, ingevolge het voorstel, dit erfpachtrecht om niet aan de Stichting Over Holland zou overdragen.

Partijen zouden elkaar op 3 december 2015 ontmoeten om dit voorstel te bespreken. Nadat Stichting Het Utrechts Landschap had laten weten voor de bestudering ervan meer tijd nodig te hebben, kwam het tot een gesprek op 18 februari 2016 waarin het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap tot uitdrukking bracht zich inhoudelijk geheel en al in het SB4 herstel- en maatregelenplan te kunnen vinden met als kwalificatie “wat een fantastisch plan” om vervolgens te verzuchten “nog wel zeven stichtingen te willen leren kennen als Stichting Over Holland die bereid zouden zijn ten algemenen nutte te doen wat Stichting Over Holland overweegt te gaan doen.”

Met grote verbazing nam het bestuur dan ook kennis van de brief van 11 maart 2016 van Stichting Het Utrechts Landschap, die zowel gericht was aan het bestuur als aan de heer Braun persoonlijk, waarin werd verlangd dat de canon voor het erfpachtrecht op de Voorplaats, toebehorende aan de heer Braun, van 5.500 euro per jaar allereerst moest worden verhoogd.

De heer Braun heeft het bestuur laten weten het met deze stelling volstrekt oneens te zijn. Hij meent dat Het Utrechts Landschap zich niet op het standpunt kan stellen dat zelfs na aanvang van een tienjaarlijkse periode alsnog een herwaardering van de canon zou kunnen plaatsvinden die dan kennelijk terugwerkende kracht zou moeten hebben. Hij heeft dit ook kenbaar gemaakt aan het het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap. De directeur van die stichting, mevrouw S. van Dockum, heeft de heer Braun daarop kortaf laten weten dat het gesprek met Stichting Over Holland over het herstel van de historische eenheid van de buitenplaats alleen zou worden voortgezet na een herziening van de canon voor de door hem gepachte gronden en dat het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap de zaak intussen in handen had gegeven van een advocaat. De volgende dag ontving de heer Braun van die advocaat een sommatie.

Het bestuur in zijn nieuwe samenstelling bijeengekomen op 2 augustus 2016 sprak zijn verbazing uit over de opstelling van het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap gezien het genereuze aanbod dat er lag om de Overplaats van het buiten voor rekening van Stichting Over Holland voor 3,4 miljoen euro te gaan herstellen en dit herstelde Engelse landschapspark vervolgens voor 120.000 euro jaarlijks te gaan onderhouden, een en ander afgezet tegen het afzien van het beuren van een jaarlijks bedrag aan canon van 5.500 euro.

Het bestuur vroeg zich af hoe het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap de gevolgen van deze houding zal weten te rechtvaardigen richting overheid, richting subsidieverleners, richting sponsors en richting beschermers die jaarlijks 24 euro aan die stichting bijdragen.

De heer Braun deelde het bestuur mee dat tussen hem en Stichting Het Utrechts Landschap een rechtelijke procedure onafwendbaar was geworden. Die procedure is daarna ook werkelijkheid geworden. In die procedure staat niet alleen de hoogte van de canon van de heer Braun centraal, maar ook de uitleg van artikel 14 lid 1 van de erfpachtovereenkomst dat bepaalt:

“Partijen erkennen dat de overtuin aan gene zijde van de straatweg, van ouds genaamd: de Overplaats, cultureel en historisch een aanhorigheid is van het in erfpacht uitgegeven gedeelte van de buitenplaats Over Holland.
Partijen verbinden zich te zullen streven naar een zichtbaar herstel van de historische verbondenheid tussen het buiten en de Overplaats, en wel door uitvoering van een zodanig herstel, casu quo aanleg en onderhoud van het Engelse landschapspark met de elementen van de eerdere formele tuinaanleg, een en ander als noodzakelijk is voor een monument als de buitenplaats in zijn geheel.”

Stichting Over Holland is in die procedure niet zelf partij maar heeft wel een belang bij de uitkomst van een procedure over artikel 14 lid 1, omdat de stichting op Over Holland is gevestigd en resideert.

Uit een en ander volgt dat het aanbod van Stichting Over Holland ten aanzien van de Overplaats is vervallen.
Voor dat voorstel was het in ieder geval noodzakelijk dat ook de heer Braun zijn medewerking daaraan zou verlenen en zijn erfpachtrecht zou overdragen aan de stichting. Daartoe was de heer Braun als gevolg van het handelen van het bestuur van Stichting Het Utrechts Landschap niet meer bereid.

Het bestuur heeft besloten zich vanaf nu te richten op de Voorplaats van Over Holland en met name op het op zinvolle wijze ‘in gebruik nemen’ daarvan.

Nadere invulling doelstelling

Op 21 december 2016 besloot het bestuur het voorstel dat mede tot stand is gekomen na ruggespraak met de directie en staf van het Museum of Modern Art in New York, te aanvaarden:

Stichting Over Holland zal in het komende jaar 2017 een reeks brainstorm sessies gaan voorbereiden en vervolgens gaan beleggen met vertegenwoordigers van verschillende culturele disciplines ten einde te onderzoeken welke behoeftes er bestaan in ons land op cultureel gebied. Elke bijeenkomst zal worden gehouden met een andere groep deelnemers die zal bestaan uit een mix van telkens niet meer dan één exponent per specialisme, zoals een architect, een designer, een kunstcriticus, een conservator, een cultuurfilosoof, een fondsenwerver, een kunsteducatie expert, een ontwerper, een expert uit de film-, muziek- of theaterwereld, een uitgever. Waarbij de groepssamenstelling altijd zoveel mogelijk een combinatie zal zijn van ‘gretige jonge honden’ en van leden van de meer gevestigde orde.
Daarbij zal in iedere sessie de volgende reeks vragen aan de orde worden gesteld: hoe staan we er vandaag de dag in ons land op cultureel gebied eigenlijk voor, kan het beter, zou er iets moeten veranderen, schort het ergens aan, en waaraan is eventueel gebrek? De uitkomsten zullen zo mogelijk worden vastgelegd en gedocumenteerd.
Enerzijds zal dit ten algemenen nutte gaan leiden tot een inventarisatie van de status quo, van bestaande lacunes en van mogelijke alternatieve oplossingen, anderzijds komen er al doende wellicht tevens ideeën en suggesties op tafel die Stichting Over Holland zelf kan gaan oppakken.

Het bestuur was het er over eens dat de Stichting een taak zou moeten willen vervullen op het gebied van educatie en kunst met als voorbeeld wat het Museum of Modern Art in New York op dat gebied organiseert en wat het Studio in a School project van Agnes Gund voor 200 New Yorkse public schools vandaag de dag betekent. Afgesproken werd daar onderzoek naar te doen en de uitkomsten ervan te gaan vertalen naar de Nederlandse situatie.

Museum Overholland 

In het verslagjaar is in opdracht van het bestuur voortgegaan met het bijeenbrengen en digitaliseren van al het materiaal dat betrekking heeft op de geschiedenis van het Museum Overholland in Amsterdam, en van het museum “extra muros”.

Jaarcijfers 2016 >